Werking Schoolraad

WIE

De schoolraad bestaat uit de vertegenwoordigers van de volgende 3 geledingen:

De ouders: Katrien Timmerman en Charlotte Depoortere
Het personeel: Tuur Dewilde en Nathalie Flamant
De lokale gemeenschap: Marc Vandepitte en Micheline Linard
De voorzitter is Bart Daenens

WAAR EN WANNEER

De vergaderingen vinden altijd plaats in de schoolgebouwen, Astridlaan 400.
Woensdag 29 augustus 2018
Woensdag 21 november 2018
Woensdag 20 februari 2019
Woensdag 5 juni 2019

REGLEMENT

Bij het opnieuw samenstellen van de schoolraad bepaalt de schoolraad zelf het aantal vertegenwoordigers per geleding. 
De enige verplichting is dat de schoolraad een gelijk aantal leden per  geleding moet tellen en dat het aantal vertegenwoordigers per geleding nooit op minder dan twee kan worden vastgelegd.

Algemeen stelt het participatiedecreet dat de schoolgemeenschap de maatschappelijke opdracht heeft om de organisatie, de werking van en de deelname aan de participatieorganen te bevorderen en te ondersteunen, met inbegrip van het bevorderen van een representatieve weergave van de schoolpopulatie.

Het schoolbestuur woont de vergaderingen van de schoolraad steeds bij. 
Het kan ervoor opteren om zelf via een afgevaardigde aanwezig te zijn op de schoolraad, om de directeur te mandateren om namens hen het overleg met de schoolraad aan te gaan of om samen met de directeur aanwezig te zijn.

De schoolraad wordt om de vier jaar opnieuw samengesteld. 
Dit betekent niet dat de samenstelling vier jaar lang dezelfde is. 
In het huishoudelijk reglement moet een regeling uitgewerkt worden op welke wijze nieuw leden tijdens de mandaatperiode kunnen toetreden tot de schoolraad en de redenen en de wijze waarop mandaten vervroegd beëindigd kunnen worden. 
De verwijzing naar de vier jaar moet in de eerste plaats begrepen worden als een moment waarop de samenstelling van de schoolraad sowieso moet herbekeken worden.

Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop een mandaat wordt beëindigd.

Werking van de schoolraad

Bevoegdheden

Rechten en plichten op het gebied van informatie en communicatie

  • De leden van de schoolraad hebben in functie van de uitoefening van hun bevoegdheden een informatierecht.
    Dat betekent dat zij ten behoeve van de werking van de schoolraad informatie kunnen opvragen bij de directeur of het schoolbestuur.
    Deze verstrekt de informatie actief, adequaat en tijdig.

  • De schoolraad heeft ten behoeve van al het personeel, leerlingen en ouders een communicatie- en informatieplicht over zijn activiteiten en standpunten en over de wijze waarop hij zijn bevoegdheden uitoefent.
    Hoe die communicatie- en informatieplicht wordt ingevuld, werkt men uit in het huishoudelijk reglement.

Verplichte overlegbevoegdheid

Het schoolbestuur overlegt met de schoolraad over ieder ontwerp van beslissing dat betrekking heeft op:

  • de bepaling van het profiel van de directeur. Dit gebeurt op basis van de functiebeschrijving van dedirecteur;

  • het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere schoolbesturen en met externe instanties (bv. het afsluiten van een bijzonder convenant met een fonds voor vakopleiding);

  • het opstellen of wijzigen van het beleidsplan of het beleidscontract dat de samenwerking regelt tussen de school en het centrum voor leerlingenbegeleiding;

  • kopleiding);

  • de vaststelling van het nascholingsbeleid (bv. het jaarlijks nascholingsplan vooraleer dit ter goedkeuring wordt voorgelegd aan hetLOC);

  • het beleid met betrekking tot experimenten enprojecten;

  • het opstellen of wijzigen van het schoolreglement;het opstellen of wijzigen van het beleidsplan of het beleidscontract dat de samenwerking regelt tussen de school en het centrum voor leerlingenbegeleiding;

  • de infrastructuurwerken die niet onder het toepassingsgebied vallen van artikel 26,§1, 1°, a) en c), van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten;

  • de vaststelling van de criteria voor de aanwending van lestijden, uren, uren-leraar en punten (bv. over het principe van het aanleggen van een buffer, over het principe van het inrichten van BPT-uren e.d.);

  • het welzijns-, veiligheids- en gezondheidsbeleid van de school ten aanzien van de leerlingen, met inbegrip van het in eigen beheer of door derden verstrekken van gezonde en evenwichtige schoolmaaltijden;

  • het beleid met betrekking tot interne kwaliteitszorg, met inbegrip van de bespreking van de resultaten van een schooldoorlichting;

  • het gelijke-onderwijskansenbeleid

Het overleg heeft plaats in een gezamenlijke vergadering van het schoolbestuur of zijn gemandateerde en de schoolraad.
Het schoolbestuur informeert tijdig de schoolraad over de geplande beslissingen die voor overleg zullen worden voorgelegd.
Op basis daarvan bepaalt de raad zijn overlegagenda.
Om de werking van het schoolbestuur niet te blokkeren door een disproportioneel gebruik van het overlegrecht wordt een termijn van 21 kalenderdagen vastgelegd.
Wanneer het overleg niet plaatsvindt binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen die ingaat de dag nadat een geplande beslissing voor overleg wordt voorgelegd, wordt het overleg geacht te hebben plaatsgevonden.

De schoolraad kan ook afzien van het overleg. Zo is het bv. mogelijk dat de schoolraad bij het begin van het schooljaar zijn overlegagenda bepaalt na kennisname van alle onderwerpen waarover het schoolbestuur dat jaar een beslissing plant.
Indien daar in de loop van het schooljaar een onderwerp wordt aan toegevoegd, dan komt ook dit item voor overleg in aanmerking.
De modaliteiten hierrond worden opgenomen in het huishoudelijk reglement

Het overleg leidt tot een verslag waarin alle standpunten worden opgenomen.
Het schoolbestuur neemt vervolgens een gemotiveerde eindbeslissing en brengt de schoolraad hiervan in kennis.
Als er na het overleg in de schoolraad nog een syndicaal overleg plaatsvindt, zal de beslissing en de terugkoppeling pas kunnen plaatsvinden nadat het syndicaal overleg werd afgerond.

Facultatieve adviesbevoegdheid

De schoolraad kan aan het schoolbestuur uit eigen beweging een schriftelijk advies uitbrengen over alle aangelegenheden opgesomd in artikel 21, dit zijn de aangelegenheden waarover overleg moet plaatsvinden.
Het schoolbestuur geeft na ontvangst van dit advies binnen dertig kalenderdagen een met redenen omkleed antwoord.
Elk advies wordt ter informatie bezorgd aan de andere onderliggende raden en de schoolraad.
Het behoort niet tot de bevoegdheid van de schoolraad om individuele dossiers of gevallen te bespreken.

De concrete werking

Huishoudelijk reglement

De werking van de schoolraad wordt geregeld in een huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement bepaalt ten minste:

  • het verplicht onderschrijven van het pedagogisch project door de leden van de schoolraad;

  • het aantal mandaten per geleding;

  • de wijze waarop nieuwe leden tijdens de mandaatperiode kunnen toetreden tot de schoolraad en de redenen en de wijze waarop mandaten vervroegd beëindigd kunnen worden;

  • de wijze waarop ervaringsdeskundigen en experten bij de werkzaamheden van de schoolraad kunnen betrokken worden.
    Concreet betekent dit dat de mogelijkheid wordt voorzien om externen uit te nodigen op de ouderraad, bv. kansarme ouders voor onderwerpen die hen rechtstreeks aanbelangen;

  • de wijze van bijeenroeping en de vergaderfrequentie;

  • de wijze van besluitvorming, inzonderheid de aanwezigheidsquota en de stemverhoudingen;

  • de wijze waarop de communicatie- en informatieplicht wordt gerealiseerd;

  • het tijdstip en de wijze waarop de agenda en de bijbehorende documenten worden bezorgd aan de leden van de schoolraad en aan de pedagogische raad, de leerlingenraad en de ouderraad;

  • de taken van de voorzitter;

  • de modaliteiten rond het afzien van het recht op overleg

  • de vakantieperiodes die de termijn schorsen waarbinnen het facultatief advies zoals vermeld in artikel 18 moet beantwoord worden en waarbinnen het overleg in de schoolraad dient plaats te vinden.

Als bijlage 4 bij deze Mededeling vindt u een model van huishoudelijk reglement.

 

Elke nieuw samengestelde schoolraad zal moeten onderzoeken of hij het bestaande huishoudelijk reglement overneemt, dan wel aanpast. Bij het vastleggen van het huishoudelijk reglement wordt een consensus nagestreefd. Indien blijkt dat de schoolraad geen consensus kan bereiken, dan wordt het huishoudelijk reglement goedgekeurd bij gewone meerderheid.

Voorzitter Bart Daenens

De schoolraad duidt een voorzitter aan.
De schoolraad kan kiezen voor een voorzitter uit de leden van de schoolraad of voor een voorzitter die geen lid is van de schoolraad.
Als de schoolraad een externe voorzitter verkiest, dan heeft die geen stemrecht.

De schoolraad kan noch de directeur, noch een lid van het schoolbestuur als voorzitter van de schoolraad aanduiden.

Bij het aanduiden van een voorzitter streeft de schoolraad steeds een consensus na.
Als er geen consensus wordt bereikt, dan wordt de voorzitter verkozen bij gewone meerderheid.

Relaties met de directeur en het schoolbestuur

Als het schoolbestuur de directeur mandateert om in de schoolraad op te treden als vertegenwoordiger van het schoolbestuur, dan moet de directeur voldoende gemandateerd zijn om in verhouding met de schoolraad autonoom te kunnen optreden.

Het schoolbestuur beslist in een vergadering van de raad van bestuur over welk mandaat de directeur beschikt. Het mandaat wordt neergeschreven in de notulen van de raad van bestuur.
De mandatering zal normalerwijze ook terug te vinden zijn in de functiebeschrijving van de directeur.

Het schoolbestuur verstrekt de schoolraad de nodige infrastructurele ondersteuning (bv. afspraken over het ter beschikking stellen van een vergaderruimte).
Op verzoek van de schoolraad voorziet het schoolbestuur ook in de nodige administratieve ondersteuning (bv. op het vlak van het bijeenroepen van de schoolraad en de verslaggeving).

Relaties met het lokaal comité (LOC)

Het kan voorkomen dat ontwerpbeslissingen van het schoolbestuur behoren tot de overlegbevoegdheden van de schoolraad én onderhandeld moeten worden in het LOC. In zo’n geval worden de ontwerpbeslissingen altijd eerst voor overleg voorgelegd aan de schoolraad.
Pas daarna wordt de ontwerpbeslissing onderhandeld in het LOC.
De onderhandelingen in het LOC hebben betrekking op de grondregelen van het administratief statuut.

Indien de bevoegdheden van de schoolraad en het LOC raakvlakken vertonen, dan geldt de regel dat de schoolraad zich niet uitspreekt over de personeelseffecten van een ontwerpbeslissing van het schoolbestuur.
De schoolraad kan zich dus niet uitspreken over de arbeidsvoorwaarden.
Wij stellen voor een analoge werkwijze te hanteren voor de samenlopende bevoegdheden van de schoolraad en de ondernemingsraad.

Relaties met het Comité Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW)

Als een schoolbestuur een ontwerp van beslissing neemt n.a.v. een advies van het CPBW wordt die ontwerpbeslissing besproken in de schoolraad.
De beslissing zal immers betrekking hebben op het welzijns- en veiligheidsbeleid van de school.

Wat betreft de materies waarover het CPBW zijn akkoord moet geven, en er dus sprake is van een samenlopende bevoegdheid tussen schoolraad en CPBW, hanteren we een analoge werkwijze als bij de samenlopende bevoegdheden tussen schoolraad en LOC.
Dat betekent dat op het moment dat de school een beslissing moet nemen m.b.t. het welzijns- en veiligheidsbeleid er eerst een overleg plaatsvindt in de schoolraad.
Als de overlegprocedure in de schoolraad is afgerond moet het schoolbestuur, vooraleer het de finale beslissing neemt, nog het akkoord vragen aan het CPBW.

Bescherming van afgevaardigden

Personeelsleden die lid zijn van de schoolraad worden beschermd voor meningen die zij uiten in de uitvoering van hun opdracht:

  • personeelsleden kunnen geen tuchtsanctie oplopen zoals bedoeld in het decreet Rechtspositie.9

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van het schoolbestuur.

Voor de regelgeving inzake de verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid van het schoolbestuur voor initiatieven en activiteiten van de schoolraad, in het bijzonder wat de aanwending van financiële middelen en de boekhouding betreft, verwijzen we naar onze Mededeling van 14 september 2006 betreffende “Schoolverbonden verenigingen en raden: rechtsaard en juridische gevolgen’.

Commissie Zorgvuldig Bestuur

Naast de bevoegdheden over kosteloosheid, oneerlijke concurrentie, verbod op politieke activiteiten, handelsactiviteiten, reclame en sponsoring heeft de Commissie Zorgvuldig Bestuur er door het participatiedecreet een zesde bevoegdheid participatie bij gekregen. Algemene informatie over de samenstelling en werking van deze Commissie vindt u in de Mededeling van 03 juni 2009 betreffende “Zorgvuldig bestuur op school”.

Sinds 1 april 2005 kan de schoolraad, een geleding van de schoolraad, een lid van de schoolraad of een belanghebbende derde10 een klacht indienen over de besluitvorming, het overlegrecht betreffende de participatie op school.
Het is dus niet vereist, maar wel mogelijk, dat individuele leden van de schoolraad een klacht indienen.

Als de schoolraad, een geleding of een belanghebbende een eventuele inbreuk op de participatierechten vaststellen kunnen zij een klacht indienen bij de Commissie Zorgvuldig Bestuur. Chronologisch worden dan de volgende stappen gevolgd:

  • binnen de 60 kalenderdagen na de vaststelling of de kennisname van de betwiste feiten kan door de schoolraad, een geleding, een individueel lid of een belanghebbende derde een beroep worden ingesteld bij de Commissie Zorgvuldig Bestuur;

  • de Commissie Zorgvuldig Bestuur spreekt zich uit binnen de 60 kalenderdagen nadat ze gevat is. Desgevallend spreekt zij een financiële sanctie uit;

  • tegen de beslissing van de Commissie Zorgvuldig Bestuur kan, binnen de 60 kalenderdagen, een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de regering;

  • de regering heeft dan 60 kalenderdagen de tijd om de beslissing te bevestigen, te wijzigen of te vernietigen op basis van legaliteits- of opportuniteitsgronden;

  • de beslissing van de regering kan binnen de 60 kalenderdagen worden aangevochten bij de Raad van State.

De Commissie Zorgvuldig Bestuur heeft decretaal niet de bevoegdheid adviezen te verstrekken in het kader van het participatiedecreet.